Zoeken

Over oude onrust, nieuwe vragen en wat ik nu eigenlijk in hemelsnaam aan het doen ben.

Ik ren naar buiten om de paar zonnestralen die het rode hotel beroeren vast te leggen op de camera. Helemaal ongegrond is die haast niet: er is maar een paar uur zon rond deze tijd van het jaar in Zweden, en door een grote heuvel op het zuiden gaat die grotendeels aan Hotel Tolvsbo voorbij. Ik weet niet waar we precies zijn, maar het is een best eind van alles en iedereen verlaten: op Tinder, de app die ik, na het overwinnen van enige afkeer, omarmd heb met een gretigheid die verklaart waarom er zoveel tijd is verstreken sinds mijn laatste schrijfsel, zijn er maar drie potentiële matches in een cirkel van dertig kilometer.

Niet dat dat uitmaakt, bedenk ik als ik snel weer de warmte van het hotel op zoek. Er is genoeg te doen hier, en het kleine legertje Nederlanders met wie ik hier ben benut de mogelijkheden ten volle. Wandelen met husky’s, eindeloos veel bordspellen in een stereotypisch Zweedse woonkamer, helpen in de keuken met de oliebollen voor middernacht, of – zoals in mijn geval – met een boek languit op de bank naast een dapper kacheltje. Ik drink glühwein en eet knäckebröd. Het is perfect.

Ik had dit nodig, deze idylle. Nooit eerder was ik zo toe aan vakantie als nu. 2013 was, zoals waarschijnlijk alle jaren voor je twee- of drieëndertigste, een jaar van eerste keren. Het afronden van een studie, een grotemensenbaan, een allesomvattende kennismaking met liefde en afwijzing, financiële autarkie. Allemaal nieuw, allemaal doodeng, allemaal gewoon maar induiken omdat er geen andere optie is. Zoals wel vaker had ik niet het minste benul waar ik mee bezig ben.

Er kwamen nieuwe vragen in mijn leven. Over salarissen, over al dan niet gevonden passies, over een balans tussen werk en privé. Vragen die mij onnatuurlijk overkomen: terwijl ik mijn hoofd breek over dit soort nieuwbakken dilemma’s waan ik mij een clown die gedwongen wordt om de vierde symfonie van Tchaikovsky te dirigeren. Die ook nog eens een topprestatie neer moet zetten om zo de hoofdprijs te winnen, want ook dat was nieuw in 2013: voor het eerst vergeleek ik mijn eigen prestaties met die van anderen.

En met het verstrijken van de maanden lukte het mij steeds slechter om niets te doen. Ontspannen beperkt zich tot een uurtje de krant lezen op zaterdagochtend. Daarna moet er iets gedaan worden. Wat? Maakt niet uit: hardlopen, iets schrijven, wat dan ook – als ik maar mijzelf wijs kan maken dat ik bezig ben.

De onrust, aanvankelijk de aanleiding voor de herstart van dit blog, is dus alleen maar meer. Dat is niet erg, dat houdt me zoekende. Vermoeiend is het wel. Daarom is het maar goed dat ik hier, op dit moment, met mijn boek, naast het kacheltje, met The Tallest Man on Earth op de achtergrond en de nabijheid van vrienden en alcohol, eventjes geen enkele vraag hoef te beantwoorden, even niet hoef te groeien, even niets hoef.

Een fijn 2014 allemaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *