Verraad in de liefde

Thuiskomen in een stad waar je niet meer woont – het kan. Of beter gezegd, het kon. Nu is alles kapot.

Ik kom graag thuis. Thuis is Zutphen. Voor de topografische onbenullen onder u: dat is een stad van krap veertigduizend inwoners aan de IJssel in Gelderland. Het gros woont aan de rechteroever, ofwel de Achterhoek. De rest woont in een volkswijk aan de overkant die de Hoven heet, wat technisch gezien de Veluwe is. Zutphen is echter geen van beide: Zutphen is Zutphen, een links en antroposofisch bolwerk dat lekker zijn eigen gang gaat. Wat antroposofie precies is, kunnen ze je daar ook niet precies vertellen, maar het uit zich in veel vrije scholen en een hoop zweverigheid. Ik schat dat één op de vier inwoners gelooft in aura’s, gevoelskabouters en chakra’s. Ridicuul en absolute kolder, zeker, maar het geeft de stad iets eigens, iets dat je nergens anders vindt.

Nu ik al acht jaar elders woon – Californië, Groningen, New York, Zwolle, Amsterdam – is het technisch gezien niet meer mijn thuis natuurlijk. En toch wél. Als ik het tuinpad van mijn ouderlijk huis oploop, kom ik tot rust. Dat effect heeft de hele stad op mij: in Amsterdam fiets ik nijdig de toeristen omver, op de zaterdagmarkt van Zutphen ga ik als vanzelf langzamer lopen.

Een tijd, toen ik in Groningen woonde, heette Zutphen ‘thuisthuis’. Dat is studentikoos jargon voor de stad waar je vandaan komt. Na een moeizame afsluiting van een ondermaatse academische carrière, is het nu weer gewoon ‘thuis’. Gelukkig maar. Ik houd niet zo van verandering.
Zutphen weet dat van mij, en begrijpt en respecteert dat. Zodoende verandert er dus niets. Vroegere vrienden hebben al jaren dezelfde relaties en de kroegen zien er precies zo uit als toen ik er voor het eerst werd uitgezet wegens overconsumptie. En de lokale partij Burgerbelangen, die belooft een streep te zetten door de plannen voor een megalomaan volkspalast in het historische stadshart, wordt direct de grootste bij de verkiezingen. De stad is als de autistische zonderling, die elk jaar op de eerste lentedag naar hetzelfde terrasje gaat om elk jaar weer precies hetzelfde te bestellen. Om na een half uurtje af te rekenen en naar huis te gaan – maar niet zonder een mooie fooi achter te laten. Want Zutphen is, naast autistisch en zonderling, ook lief.

Lief, ja. Onwillekeurig maakt mijn hart dus het bekende sprongetje als ik vanuit de trein de torens uit mijn jeugd dichterbij zie komen. Lekker, een paasweekend als vanouds met vrienden de kroeg in. Zin in.

Twee dagen en één gebroken hart later trein ik terug naar Amsterdam. De handige tafels aan de zijkant van Café Schatjes zijn ingeruild voor teringhippe loungebanken. Tussen Marko en Patries is het uit. En na een laffe draai van Burgerbelangen komt die nieuwbouw er tóch.

Pappa en mamma willen misschien verhuizen, zeiden ze.

Ook lieve autisten gaan dus vreemd.

2 thoughts on “Verraad in de liefde”

  1. Teringhippe loungebanken in Café Schatjes… Hartverscheurend… ;)

    Ik ben via Jeannette Smeenk op je site terecht gekomen en vind het erg leuk om te lezen! Ik kijk uit naar je volgende stukje!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *