Treurig heel gelukkig

Drie maanden in Amsterdam. Tijd voor een terug- en vooruitblik. Over het einde van de zomer.

Vanuit de struiken langs de weg rollen flarden mist de slecht verlichte weg op. Het is fris, normaal gesproken hoef ik ’s avonds geen vest aan als ik van het werk naar huis fiets. Maar voor het eerst sinds ik hier woon ruikt het naar herfst in de stad. Kan best natuurlijk: het is eind augustus dus de hoge zomer zit er op.
Eind augustus… Ik stop met trappen, verbaasd als ik ben over het feit dat ik krap drie maanden aan het werk ben. Drie maanden! Spontaan begin ik een voortgangsmonoloog. Carrière? Druk mee bezig. Sociaal leven? Weinig te klagen. Sporten? Vaak. Gelukkig? Zo voelt het wel.

Klinkt best goed, zeg ik tegen mezelf terwijl ik onder het spoor doorrijd, het centrum in. Hoe komt dat? Waarschijnlijk door de stad, want pas als ik me behendig langs taxi’s en stonede Spanjaarden manoeuvreer op de Haarlemmerweg, begint me te dagen hoe snel ik me hier thuis heb leren voelen. Ik fiets al als een volleerd Amsterdammer: nergens voor stoppen, voorrang krijg je niet maar néém je en toeristen mag je best een tikje met de trapper geven.

Maar het is meer. Het zijn de parken waar ik dagen luierde, de kroegjes waar ik buiten bier dronk en verliefd werd op de mensen en de buurten, de festivals in de buurt, mijn dakterras met zijn uitzicht over de daken, schoorstenen en tuinen van de stad.

Dan bedenk ik welke randvoorwaarde dat fijne thuisgevoel mogelijk maakte en ineens ben ik bang. Want straks, als het november is, de mensen weer grijs en chagrijnig zijn en de parken niet meer gevuld met spontane dansoptredens ter amusement van datende Amsterdamse jongens en meisjes – hoe leuk is de stad dan nog?

Grappig eigenlijk, vroeger was de herfst mijn favoriete tijd van het jaar. Het melancholische, daar hield ik van: snel naar huis door de regen, daar Chopin of Chet Baker aanzetten en dan bij het raam naar diezelfde regen gaan zitten kijken. Heel gelukkig treurig, treurig heel gelukkig.

Verkies ik nu ineens de hysterie van de zomer boven de mijmering van het najaar? Dat is een cliché wat ik wil voorkomen. De zomer als lievelingsseizoen, dat zeggen meisjes van vijftien met grote gouden oorbellen die achterop de scooter bij Patrick of Kevin naar een lokaal strandje gaan waar ze zich vol laten lopen met alcohol in chemische kleuren.

Vertwijfeld sla ik af, de Linnaeusstraat in, waar de terrasjes nog stampvol zitten, alsof de zomerhitte nog gewoon in de straten hangt. We hebben nog even, hoop ik. En ach, als het straks regent en waait, ga ik in de kroeg gewoon bij het raam zitten.

One thought on “Treurig heel gelukkig”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *