Tot ziens, New York

Na een kleine drie jaar kom ik terug naar Nederland, en vraag ik me af: ga ik New York missen?

Mijn tijd in Amerika eindigt – voorlopig – waar deze in 2006 begon: Noord-Californië. Toen was dat als uitwisselingsscholier op Las Lomas High School in stinkendrijk Walnut Creek, en in het laatste weekend van september in 2019 is dat op Mount Diablo, op een huwelijk van een klasgenootje van toen, met uitzicht op datzelfde Walnut Creek en de omliggende forenzensteden.

Het is een paar dagen voor mijn vertrek naar Nederland, maar dat stemt me allerminst verdrietig. Ik weet al sinds 8 november 2018, krap een jaar dus, dat deze dag eraan zit te komen.

Op die dag slenterde ik door het 9/11 Museum. Het was de donderdag na de parlementsverkiezingen. De redactie had, na twee weken flink te hebben doorgewerkt om alle verkiezingsverhalen rond te krijgen, een dagje vrij gekregen na de stembusgang. Ik besloot eens iets van mijn to do-lijst af te halen, een lijst die sinds mijn aankomst alleen maar langer lijkt te zijn geworden.

Ik lijk wel gek, dacht ik toen, terwijl ik een metrostation in downtown Manhattan uitliep en omhoog keek naar de torens. Verkiezingen in aantocht, wonen in een wereldstad – waarom zou je vetrekken?! Maar ik wilde door naar een volgend avontuur, al wist ik op die dag nog niet wat dat moet zijn. Het is een goed besluit, voelde ik.

In het museum zijn alle verhalen van de slachtoffers van elf september verzameld, en gericht ging ik op zoek naar het verhaal van Ingeborg Lariby, de enige Nederlander die die dag omkwam.

Ik vond haar verhaal op een groot touchscreen, en las hoe ze een paar maanden voor haar dood de liefde verklaarde aan haar stad:

New York is my tormented lover; it brings out a rollercoaster ride of emotions. One day is filled with passion, my heart pounding with excitement; the next is filled with intense hate. […] At regular intervals, I go for detox in the quiet in some far away exotic place. But like a junkie, I can’t be long gone and desperately look forward to my return.

Tien maanden later, tijdens het huwelijk van mijn maatje Riley met haar Nick, kijk ik over de heuvels van Californië, met een ondergaande zon die het sprookjeshuwelijk een gouden gloed geven, en geniet van de koele nazomerbries. De hele zomer bracht ik door in New York, een betonnen jungle waar de klamme hitte overdag soms weken niet onder de dertig graden duikt. Nooit eerder had ik de behoefte om, zoals Ingeborg schrijft, te ontgiften van een stad.

Maar New York is dan ook geen gemakkelijke stad. De zomer is zonnig maar ondragelijk heet; de sneeuw in de winter is mooi maar legt de stad soms voor dagen lam; het culturele aanbod is groot maar de lonen van de meeste inwoners veel te laag om daar gebruik van te maken.

Toch zal ik altijd terug blijven gaan naar New York. Het ritme is verslavend, de pret en de trots van de bewoners – die soms zelf maar nauwelijks lijken te geloven dat ze écht in New York wonen, en het in de eerste maanden vol ongeloof tegen elkaar zeggen, de ogen groot en de stem overslaand, ‘We made it!’ – is waanzinnig aanstekelijk. Dat lijken ze elke week te vieren, als op Sunday Funday iedereen uit brunchen gaat en proost met champagne gemixt met sinaasappelsap, om daarna verder te drinken in het park of in die ene kroeg waar ze net die dag gratis vodka schenken.

Ga ik ook zaken niet missen? Oh, jazeker: de stank op de metroperrons, het duizelingwekkende aantal daklozen, de belachelijke horecaprijzen waardoor je zelfs tijdens happy hour soms vijf dollar neertelt voor een biertje.

Het is het allemaal waard. Een korte tijd, een heel kort poosje maar, heb ik onderdeel uit mogen maken van de hartslag van de stad. Het was onvergetelijk. En daar kan geen zonovergoten heuvellandschap tegenop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *