Op bezoek in Groningen

Dit verhaaltje gaat over een vermoeden van weemoed, niet over heimwee.

“Man, wat is dat grut weer klein.” De introductieweek, de laatste dag en ik kijk met een kameraad van mijn oude studentenvereniging naar de langs schuifelende eerstejaars (grijze gezichten, veel met rugzak en de mannen met korte haren) op de informatiemarkt. We zijn allebei net reünist en allebei hebben we toegezegd om onze oude kroeg te promoten, en dus staan we, met een kater van apocalyptisch formaat door de dag ervoor, smoothies uit te delen in plastic bekertjes met een schild en een Latijnse spreuk erop.

Het is goed op bezoek te gaan, weet ik. Dat vindt hij ook: we bespreken de voorafgaande avond en nacht, waarin ik vroegtijdig sneuvelde maar die hij keurig uitspeelde tot aan sluitingstijd. We lachen om de verhalen, verhalen die in wezen nog precies dezelfde zijn als in onze eigen tijd maar die nooit vervelen. Dan slaakt hij een diepe zucht. “Ik mis het zo.”

“Ik mis het zo.” Ik smelt. In vier woorden een wereld, een subcultuur, jaren pret met club, huis en dispuut. Melancholie en jaloezie en een heimwee gemarineerd in goedkoop kroegbier.

Maar zou hij het menen? Zou hij oprecht weer terug willen naar drankrekeningen die de huur overstijgen? Naar jengelende katers van hoofdpijnen die slechts te verdrijven zijn door ze te verdrinken in emmers en emmers bier?

Misschien is het wel meer dan dat. Misschien is het een stomme, ondermaatse baan die hij toch moest accepteren. Misschien is het de beklemming van een hypotheek of een kinderkamer die ingericht moet worden. Of een studieschuld die als een molensteen om zijn nek hangt. Ik vraag er niet naar.

“Ik mis het zo.” Mis ik het ook?

To. Taal. Niet. Nee, echt: geen moment. Daar heb ik ook geen enkele reden toe, vind ik. Mijn studententijd voldeed volledig aan het beeld dat ik en mijn middelbare schoolvrienden droomden. Dat was prachtig, een feest, eruit gehaald wat erin zat.

Zes jaar lang en het was mooi. Toen verder. Logisch.

Ik heb gehuild toen ik wegging, vrij hard ook. Omkijken? Nauwelijks, eigenlijk. Ik weiger te erkennen dat de studententijd de mooiste tijd van je leven is.

En ja, drie dagen Groningen waren onsterfelijk mooi. Op elke straathoek een mooi verhaal, de geur van een kroeg, begroeten van vaste winkeliers en oude kennissen. Alsof je door een levensgrote interactieve infographic loopt. En na dit weekend kan ik daar nóg meer fijne herinneringen met vrienden en oude geliefden aan toevoegen. Dat maakt dat het vertrek me hooguit me een beetje weemoedig stemt, meer niet.

Het is goed geweest. En het volgende bezoek zal precies hetzelfde gaan.

Zoals wel vaker zegt iemand anders, in dit geval een nieuwe vriend uit Amsterdam, het beter en bondiger dan ik. “Het verleden is er voor ons om te bezoeken, maar niet meer dan dat.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *