Omdat het moet

Lezen op dispuutsvakantie. Over Mulisch, de middellandse zee en bier.

Argh. Ik vervloek mezelf dat ik mijn boeken ben vergeten. Want al is er bier, muziek, schaak, balspelen voor handen, een goed deel van mijn vrienden ligt in de zon, met uitzicht over een achterlijk mooie middellandse zee, te lezen. Opinietijdschriften, vakliteratuur, boeken en een enkele e-reader, maar gelezen wordt er – met bier binnen handbereik, dat wel. Veel bier: het is immers het lustrum van ons dispuut.

“Lees jij eigenlijk veel?” vraagt rechtenstudent Harmen. Nou, nee. Als ik al lees, dan is het de krant in de morgen of een stuk wat langskomt op Facebook. Maar de klassiekers die ik kreeg van een vriendin uit Moskou staan nog ongelezen in de kast. En in Stoner – het boek dat ik kreeg van mijn beste vriend uit mijn tijd in Zwolle en wat ik plande te lezen deze vakantie – las ik nog maar een paar hoofdstukken. Zelfs de boeken van Oscar Wilde, de schrijver die mijn kijk op het leven zo vereenvoudigde en veraangenaamde, las ik nooit compleet uit.

Ik snap zijn vraag wel, want het is niet meer dan logisch aan te nemen dat iemand die zelf schrijft, veel leest.  Toch lees ik weinig.  Te druk, misschien. Of omdat ik schrijven leuker vind dan lezen. Maar ook omdat de pretentie ervan me afschrikt. Dat hangt samen met mijn eigen invulling aan het woord ‘lezen’ – dat slaat op literatuur, toppers uit de bestsellerlijst van de New York Times, niet op de columns van Wagendorp, Schouten of Wijnberg, of een artikel in de weekendbijlage van Trouw.

Ik vind van mezelf dat ik meer zou moeten ‘lezen’. Dat ik te alle tijden mijn mening over het werk van Dickens of Hemingway klaar zou moeten hebben. En dat ik in mijn alledaagse conversaties gevatte verwijzingen naar passages uit Coetzee en Mulisch moet verwerken. Belachelijk, natuurlijk, want zo ben ik niet, maar vind dat ik het zou moeten zijn. Compleet schizo, eigenlijk.

Meer lezen, dus. Omdat het moet. Maar ik moet al zoveel. Ik moet meer naar het theater, en meer naar het museum, en meer sporten, en meer schrijven, al doe ik dat eigenlijk al elke dag.

Holy shit. Mijn eerste vakantie in drie jaar, naast me springen mensen het zwembad in en ik lig te mekkeren over mijzelf opgelegde verplichtingen. Ik zal ze nooit lezen, ik zal nooit gitaar leren spelen, ik zal nooit een fietstocht maken langs de kathedralen van Zuid-Engeland.

Is dat erg?

“Klaassen, wil je die Vrij Nederland nog?” Doe ook maar. En een biertje graag, pronto.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *