Mijn fantastische kerst in het ziekenhuis

Tweede kerstdag moest ik onverwachts een dag in het ziekenhuis doorbrengen. Dat was geweldig. De reden: de Achterhoekse verpleegsters. Een ooggetuigenverslag.

Bezoek aan Nederland, eerste dag. Als bonus pak ik, behalve mijn stamkroeg en een etentje, ook nog een technofeest mee in een gekraakte kerk. Of het ermee samenhangt, weet ik niet, maar behalve een interessante hoofdpijn en een gortdroge muil heb ik de volgende dag wederom een bonus: een steek in mijn zij die niet weg wil.

“Niet zeuren maar doorfietsen”, luidt ons familie-adagium in dezen, en dus ga ik naar alle verplichtingen van de kerstdagen. Maar die avond, te midden van een genoeglijke puinhoop van sinterkerstsurprises en verfrommeld pakpapier, zit ik te rillen en de pijn wordt erger.

De boel verslechtert. Op tweede kerstdag houdt mijn moeder haar hand tegen mijn voorhoofd. “Koorts,” prevelt ze. “Huisartsenpost.” En dat ik morgen een date heb? “Onzin.” Naar mijn ervaring beperken moeders in situaties van ernst het woordgebruik tot enkel zelfstandig naamwoorden.

Eenmaal bij het ziekenhuis openbaart zich het Nederlandse zorgsysteem in al haar glorie. Om tien over tien ga ik op gesprek en de rest van de dag ben ik zoet met allerlei testen en scans. Vader en ik lezen ondertussen respectievelijk een historische roman en een Volkskrant Magazine, tevreden glimlachend negeren we mijn eventueel hachelijke gezondheidssituatie. Vijf uur na binnenkomst meldt zich een chirurg. Blindedarmontsteking; in een half uurtje ga ik onder het mes.

André en ik tussen de testen door.

Dat degelijke zorgsysteem van ons rust – althans, bij ziekenhuis Het Spitaal in Zutphen – op de schouders van Achterhoekse dames die zich nergens druk om maken en alles al hebben gezien. Een greep:

  • Marina van de huisartsenpost. Type: vroeger gekorfbald, leidt tegenwoordig de tappersploeg van de verenigingskantine. Ook in het midden van een storm houdt ze koers. Bijvoorbeeld als niemand zich meldt bij de OK om mij op te halen, waar zij zich niet mag begeven. Maar telefonisch staat ze haar mannetje. “Op drie-neugen-zeuven nam ook al niemand op. Laat ze opschieten, ik mis zo de thee met Loes.” Anderhalve minuut later lig ik op de OK.
  • Olga van de schoonmaak. Als ik nog na lag te ijlen van de morfine komt ze toch even langs om de badkamer een sopje te geven. “U mag mijn blauwe operatiekloffie ook wel meenemen hoor,” zeg ik, “die heb ik niet meer nodig.”
    Olga peinst er niet over. “Jantien was van de was deze week.” Juist.
  • To van team nazorg, die met een kordate handdruk en knik het afscheid vormgaf – To is niet van het sentimentele. Ik ben de dag ervoor twee uur onder volledige narcose geweest, krijg ik nog iets van medicatie? “Als je wilt is apotheek Groot Abbink nog wel open voor een strip paracetamoltabletjes. En Tamara van de poli belt je morgen nog wel eeb’m voor een nagesprek.”
  • Tamara van de poli. Heeft nooit gebeld – wist waarschijnlijk intuïtief dat het goed zat.

Iets meer dan 24 uur later sta ik weer buiten, drie littekens rijker en een half onsje blindedarm lichter. Ik voel me gezond en app de date of-ie morgen nog tijd heeft. Leve Nederland, leve de Achterhoek, leve het zorgpersoneel.

Een gedachte over “Mijn fantastische kerst in het ziekenhuis”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *