Kraken, kraken, kraken, wat een schitterend geluid

Alles verandert en Amsterdam dus ook: de krakers verdwijnen. Over yuppen, ontruimingen en gratis koffie voor de verslaggever.

En weer een aantal kraakpanden minder: in de Spuistraat ging het vanochtend hard tegen hard tussen krakers en ME. In het gebouw komen koopwoningen en creatieve ruimtes. Ironisch, zegt één van de oud-bewoners: “In het Stadsarchief is een tentoonstelling over Provo, en hier wordt het laatste stukje Provo opgeruimd.”

Misschien wel vanwege de ontruiming van vandaag verhaalde Andere Tijden gisteren over het verzet in de Nieuwmarktbuurt in de jaren ’70, als de hele buurt dreigt te verdwijnen voor de aanleg van de metro. De vervallen huizen werden uiteindelijk gered door krakers. Ik smolt toen ik de progressievelingen van toen, nu gerimpeld en met glimmende oogjes, zag vertellen over hun buurtje, met eigen idealen, telefoonlijnen en liefdesdrama’s. Een dorp in de metropool.

Toegegeven: ten opzichte van krakers wordt mijn objectiviteit gehinderd door een flinke dosis romantiek. Mijn ouders hebben zelf nog de koevoet gehanteerd in hun studententijd en de krakershymnes van toen zing ik nog altijd met verve met ze mee. (“Kraken kraken kraken/Wat een schitterend geluid/Een tikje met de koevoet/En de deur die vliegt eruit”.) Vrienden van mij hebben nog gekraakt, in Zwolle. En één keer zag ik een ontruiming van een kraakpand dichtbij: vorig jaar, om de hoek van mijn huis in Oost.

In het oude dierenasiel zaten een twintigtal jongeren uit heel Europa die zich bezig hielden met kunst en het geven van workshops. Een vriend van me, prominent D66’er en nauw betrokken bij het openbaar bestuur in het stadsdeel, was er duidelijk over. “Heb je gezien wat voor teringzooi ze ervan gemaakt hebben? Het schijnt binnen een enorme troep te zijn geweest.” Heeft hij dat ook zelf mogen aanschouwen? “Nee, dat niet. Maar de plannen die er zijn voor het gebied zijn vele malen beter voor de stad dan die krakers.”

Ik was er wel: ik deed er verslag voor de krant en de site. Voor de ontruiming mocht ik een kijkje nemen achter de barricades van de krakers. Sommigen hadden zich vastgegoten in sneldrogend beton, maar zwaaiden desalniettemin vrolijk naar me – óók toen ik ze vertelde dat ik van De Telegraaf was. “Schrijf maar iets liefs! Dan krijg je straks een bak koffie!” Toen de politie zich meldde en met megafoon de ontruiming aankondigde, steeg een luid gejoel op. “En we gaan nog niet naar huis…” Het was er eigenlijk wel gezellig: de krakers stelden een gids ter beschikking aan de politie zodat de ontruiming veilig zou verlopen. En de eerste arrestant werd breed grijnzend afgevoerd  onder luid applaus van de omstanders.

Een rondje bij buurtbewoners gaf een wisselend beeld. “Ja, het gaf soms een rotzooi. Maar ze organiseerde ook toffe dingen voor de buurt, zoals cursussen. Het was echt zo’n leuke rafelrand.” Rafelrand, weet ik inmiddels, is Amsterdams bestuurdersjargon voor een lekker rauw stukkie stad dat scherp afsteekt bij de veryupte omgeving.

En nu krijgt het voormalige dierenasiel zelf yuppen als buren. Op het terrein worden dure koopwoningen in rap tempo uit de grond gestampt. En in het asiel zelf, waar nog wel groot ‘HIERRRR is je participatie!!’ op het dak staat geschilderd, wordt een café. Nét waar het in Oost nog aan ontbrak, inderdaad.

En nu lijkt de tijd van de krakers dan echt voorbij. Is dat erg?

Weet ik niet. Het is niet te voorkomen, denk ik. Over veertig jaar mijmeren in datzelfde Andere Tijden de bebaarde jongelingen van vandaag over de tijd dat ze in hun stad iedere week op een ander feest dansten, met betaalbare drugs en ingewikkelde biertjes op elke straathoek.

Maar nu is het verdriet voorbehouden aan de krakers van toen. De progressieve Nieuwmarktbuurter van toen, veertig jaar geleden nog strijdbaar voor zijn buurt, kijkt nu beteuterd naar de straten en huizen van wat inmiddels een van de duurste gebieden van onze stad is.

“Ik heb het daar heel moeilijk mee,” zegt hij en hij schiet vol.

Zelfs de grootste progressieveling is in wezen conservatief.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *