Kerst met de schoonfamilie

Tijden kon ik er aan ontsnappen. Tot dit jaar.

Sorry, maar kerst met mijn familie is geweldig. Goddelijk eten, vuur in de haard, een boom met echte kaarsen en – misschien wel het belangrijkste – familie die niet over zichzelf praat tenzij een ander een geïnteresseerde vraag stelt. En ik weet het, het is niet in lijn met de kerstgedachte, maar ieder jaar weer verkneukel ik mij om de hordes Nederlanders wier kersthoogtepunt bestaat uit hetzelfde gourmetbuffet als vorig jaar of de kerstspecial van All You Need Is Love met Robert ten fucking Brink. Haha, sukkels.

Maar goed, ik had tot voor kort ook geen schoonfamilie die ik moest dulden. Het is echt waar: de meeste horrorverhalen die ik de dagen voor de feestdagen aanhoor, betreffen ouders van wederhelften die PVV-sympathieën hebben of broodroosters verzamelen. En die daar hun bek niet over kunnen houden. Dan smaakt de foie gras ook niet meer, snap ik best.

Remedie: drank, naar het schijnt. Op tweede kerstdag werk ik, en op de redactie ben ik de enige die nog een beetje helder uit de ogen kijkt. Met kromme tenen hoor ik aan hoe menig kerstdiner is ontaard in een grandioos zuipfestijn. “En toen begon mijn oom over zijn ontmaagding, haha.”

Precies om die reden drink ik met kerst juist weinig. Ik heb zo weinig zin om mezelf voor lul te zetten ten overstaan van de hele familie. Terwijl ik normaliter in het weekend geen borrel of feest oversla en de biertjes allerminst laat staan. (Dit onder het motto: “Je slaat het ook niet af.”)
Nee, als het diner even vervelend is, probeer ik mijn gedachten te veranderen. Ik ben daar een onvervalste hippie in: gewoon het positieve benadrukken. Het is gezellig met je broer, de soep is lekker – weet ik het.

Dit jaar is er echter geen ontkomen aan: na maanden vaste verkering is een schoonfamilieloze kerst geen optie. De avond van tweede kerstdag is de vuurdoop. Een vertoning van Fantasia, de film van Disney, met een symphonieorkest dat meespeelt. Hartelijk wensen we elkaar vrolijk kerstfeest, we informeren naar elkaars kookkunsten van de dagen ervoor – dit wordt geen hel, zeker weten.

Ik zit nog niet op mijn stoel, of de luidsprekers galmen: “En hier is uw gastheer: Robert ten Brink!”

Het wijntje na afloop was heel gezellig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *