Haten/houden van de herfst

Dit was de beste zomer ooit en daarom maakt het begin van de herfst mij in de war. Over concerten, zomerbonus en met zonder jas.

Eigenlijk begroef ik de zomer te vroeg, zo’n twee-en-een-halve week geleden. Het was een zondag, ik fietste alleen terug van de UIT-markt en de lucht hing vol met grijze, felle vegen die de hele tijd “IK HAAT LEKKER WEER” leken te krijsen. Na thuiskomst startte ik na enig ceremonieel – het opzetten van treurige muziek en maken van een kop thee – het afscheid. Ik ging bij het raam zitten en dacht terug aan de afgelopen weken. Parken, zon, muziek, drank, bestemd en onbestemd verlangen naar het straks deed mij elke dag van de zomer met een gretigheid genieten die mij deed schrikken. Zo onbezorgd kende ik mezelf niet.
Was dat nu voorbij?

Nou, nee. Ik had te vroeg getreurd. De week voor vertrek werd bloedheet en kende één van de laatste tropische dagen ooit, waarop ik verbrandde op het dakterras. En ik vertrok naar Italië voor mijn enige vakantie, waar het ook al warm en zonnig was. Alsof ik, na mijn eerste drie maanden als werkende, nog wat bonuszomerdagen te goed had.

Nu, nu is het voorbij, ja.  Alsof ik de zomer uitdaagde nog één keer zijn gezicht te laten zien, liet ik de eerste dag na de vakantie mijn jas thuis. Niet meer doen.

Ineens, héél even, een paar dagen maar, vind ik de herfst actief kut. Ik ren niet meer door mijn dagen, maar verval weer in onzekere buien die ik nog ken van vroeger. Met vragen over de dagen die nog komen gaan maar waar toch nog geen woorden voor bestaan. Onzinnige vragen.

Misschien komt het door die vakantie. Dat was iets waar ik de hele zomer, het hele jaar eigenlijk, naartoe heb geleefd. En dat is nu klaar. Dan bespringt de zinloosheid je vanzelf.

En daarin zit ook de oplossing. Maak plannen, liefst veel en leuk. Da’s niet moeilijk. Enthousiast kalk ik mijn agenda vol met eetafspraken met vrienden en samen met mijn huisgenoot plan ik een bezoek aan Den Haag om daar The Tallest Man On Earth live te gaan zien.

Zin in straks dus. Zoals zo vaak zegt iemand anders, in dit geval Dag Hammerskjöld (in Trouw van vanmorgen) het beter: “Tegen het verleden: dank, tegen het komende: ja!”
En tegen die zomer: je was tof, tot straks.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *