Eerste kookdag

Even leek alles perfect. Dagelijks eten – lekker eten – voor niets. Maar dan moet ik ineens zelf aan de slag.

Zaterdagavond en mijn ouders genieten, tezamen met een bevriend echtpaar en de nodige droge sherry, van hun intellectuele bagage. “Heel leuk, dat nieuwe Stedelijk, maar voor abstracte kunst leent het zich nu beslist niet meer,” aldus Mirjam.
“Wat een onzin,” zegt mijn moeder en schenkt zichzelf nog eens in. “’t Is toch klip en klaar dat de architect een tempel van de moderne kunst voor ogen had? Kijk naar het gebouw – het is potdomme een bádkuip! Nou, als dat niet meer abstract is…”
Mirjams eega Marten ziet het anders. “Je ziet het verkeerd.” Verwachtingsvol kijkt de tafel hem aan, maar hij zet zijn betoog niet voort; hij heeft zijn punt gemaakt. Tevreden neemt hij een slok.

Ik weet een gniffel nog net in te slikken. Veel te lachen heb ik nog niet gehad deze avond, want van mij wordt verwacht het voorgerecht in elkaar te draaien. Groente-notentimbaaltjes. Ik zit al de hele dag in de stress en nu hang ik boven een pan met spinazie. Liever had ik gehad dat mijn ouders niet achter het beschamende feit waren gekomen dat ik niet kan koken. De enige reden dat ik voldoende voedsel binnenkreeg in mij studententijd was omdat ik nooit alleen at. Ik zorgde altijd dat ik de boodschappen kocht of deed na de maaltijd geheel onbaatzuchtig de afwas – als ik maar niet achter het fornuis hoefde. Mocht ik onverhoopt toch alleen thuis zijn, dan trok ik een blik groentesoep open en zette die met blik en al op het vuur; als die dan pruttelde dan wist je dat het klaar was. Superhandig. En ik ontbeet met pap uit de magnetron en lunch was meestal een broodje kaas uit de kantine.

New York, nog beter. Daar had ik in mijn eerste kamer niet eens een keuken, waardoor ik enkel en alleen maar eten bestelde. Meestal was dat nog goedkoper dan koken. En bij terugkomst in Nederland zorgde ik dat ik goed meedraaide in het huishouden zodat ik me er bij het avondeten vanaf zou kunnen maken met tafeldekken. En de afwas wil ik ook wel doen. Mijn ouders koken als topchefs en voor elke dag gratis haute cuisine wil ik best drie pannen afspoelen hoor, doe ik niet flauw over.

En voor een poos leek alles perfect. Dagelijks schonk ik de wijn en dekte de tafel terwijl mijn ouders iets moois maakten en dat was dat. Die droom duurde niet lang: ik kreeg een kookdag toegewezen. Heimelijk ben ik er niet meer over begonnen, hopende dat het een gril was die wel over zou waaien. Maar vandaag is de vuurdoop. Een voorgerecht.

Stuiterend van de stress ren ik de keuken door, in alle macht proberende kalmte en rust uit te stralen. Het recept is onleesbaar door de vetspetters en bovendien incorrect waardoor ik in de eindfase dreig het hele gerecht te verkloten, als dan ineens, de hemel zij geprezen, mijn moeder haar sherry wegzet en de regie overneemt. In drie minuten kunnen we aan tafel.

Niet ontevreden kijk ik naar het eindresultaat. Halfronde taartjes van paprika en ander gezonds. Ziet er best aardig uit. Tevreden nip ik aan mijn sherry. De afwas doen zij maar.

One thought on “Eerste kookdag”

  1. Heel leuk Michael!
    Wel een heel vreemde opmerking die die Mirjam maakt!

    Gelukkig heet ik Marianne en jij Michiel.
    Hartelijke groet. Succes met je schrijven. Hoop dat je iets met de vogelvereniging mag gaan doen. Hoor graag, Marianne

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *