Dertig? Och arme!

Nooit eerder werd ik op een verjaardag zo getroost als op mijn dertigste. Of zo prettig voor gek gezet.
“Klaassen is jarig, in een jaartal dat eindigt met een nul
Oftewel, hij is nu officieel een oude lul”

“Hoe voelt het nu? Dertig?” Raar, ik kan me – met uitzondering van mijn achttiende verjaardag misschien – geen verjaardag herinneren dat me ooit is gevraagd of ik me nu wezenlijk anders voelde. Vooral de blik van medelijden, het scheve lachje, dat er mee gepaard gaat. Dertig? Och zieltje toch.

Op de dag zelf stromen de tragikomische felicitaties dan ook binnen. Een greep.
Een oude vlam: Oh nee, dertig?! Dat word ik zaterdag ook :'(
Een New Yorkse vriend: Happy birthday, thirty! Or gay dead, as I refer to it :D
En de allerleukste (want in dichtvorm) van mijn baas:
Klaassen is jarig, in een jaartal dat eindigt met een nul
Oftewel, hij is nu officieel een oude lul
De tijd gaat snel, niemand wordt uitgezonderd
En in gay-jaren is dertig zo ongeveer honderd.

Doet dertig worden me dan niks? Dat ook weer niet. Voor het eerst voelt het alsof ik plannen moet gaan maken. En dat vind ik lastig: de leukste dingen, inclusief mijn huidige baan in New York, zijn me overkomen door zo min mogelijk uit te stippelen maar door gewoon aan boord te springen van elke toffe trein die langskwam.

Maar ik herinner me leeftijden die traumatischer waren om te bereiken. 23, holy fuck. Dat ik eerstejaars journalistiek was terwijl ik vrienden had met een master op zak. De dag vóór mijn verjaardag hield mijn studentenvereniging het gala en ik verdronk mijn leed in een oneindige hoeveelheid bier. Op mijn verjaarsochtend werd ik wakker met mijn rokkostuum nog aan. Mijn kater was even groot als mijn zelfmedelijden.

Mijn negenentwintigste verjaardag spande de kroon. Ik woonde net in New York, kende nauwelijks mensen om het mee te vieren en de stagiair begroette me op de redactie met een verjaarslied dat even lang was als vals. Maar boven alles was ik bang – of ik de nieuwe baan wel aankon, niet zou verzuipen in de grote stad, niet na drie weken een telefoontje zou krijgen van RTL in Hilversum: “We hebben u eens in de gaten gehouden, meneer Klaassen. Heel geestig. Goede reis terug naar huis.” U gaat niet langs start, u ontvangt geen tweehonderd gulden.

Precies een jaar later duik ik de kroeg in met mijn collega’s en filosoferen we over kansen in de Nederlandse journalistiek en wat er allemaal mogelijk is. We lachen hard op de stomme fouten die ik maakte in mijn eerste jaar. Zonder schroom delen we de angsten en moeilijkheden van het vak en proosten we op mijn verjaardag. Ik heb een nieuw contract, een rits nieuwe vrienden en eigenlijk is alles best goed.

De ballonnen bij thuiskomst op mijn dertigste verjaardag

En nu? Een groots plan maken waar ik ben op mijn veertigste? Nee. Wat eigenlijk het mooiste is aan mijn dertigste verjaardag is de gedachte dat ik op mijn drieëntwintigste verjaardag nooit had durven dromen dat ik ben waar ik nu ben. En dat is eigenlijk het aller- allertofste cadeau wat ik me kan indenken. Laat maar komen, die veertigste verjaardag. Ik zal wel zien.

One thought on “Dertig? Och arme!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *