De kringloopwinkel

Ik heb een zwak voor de treurigheid en nattehondenlucht van de kringloopwinkel. Over wansmaak en mijn lelijkestoelenverzameling.

Het bezoek aan kringloopwinkel De Lokatie (sic) is uitgedraaid op een teleurstelling. Ik ben op zoek naar een lamp die mijn kamer – nu nog voorzien van twee ronde lampen die een tl-achtig licht afgeven – van de nodige sfeer kan voorzien. En een nieuw bankje dat mijn huidige exemplaar, achtergelaten door de vorige bewoner, kan vervangen: deze ziet er uit als een kruising tussen een neuspulk en een naaktslak.

De hoeveelheid lampen in de winkel blijkt helaas beperkt. Ze hebben wel een  gefiguurzaagd nachtlampje van een scheel kijkend Koekiemonster, en twee zwarte banken met vlekken waarvan ik hoop dat het witte verf is. Maar het toppunt van de collectie is een schilderij dat zo lelijk is dat ik er twee dingen van krijg: hoofdpijn en een spontane zin om genocide te plegen. De artiest heeft zich vermoedelijk laten inspireren door de holocaust.

Het is voor het eerst dat ik een kringloopwinkel uit ga met lege handen. Toch kijk ik terug op een geslaagd bezoek, maar dat stond bij voorbaat al vast. Mijn liefde voor de kringloop gaat diep en is onvoorwaardelijk. Zóveel wansmaak bij elkaar, daar kan ik niets anders dan ontzettend gelukkig van worden. Al in Groningen bezocht ik met enige regelmaat de Mamamini, bij voorkeur met huisgenoot Casper. Hij was perfect gezelschap voor dit soort ondernemingen. Casper kwam zoveel op de kroeg van zijn studentenvereniging dat hij, zelfs na grondig douchen, nog rook naar verschraald bier en rottend hout. Hij trok bij voorkeur een trainingsbroek en slobbertrui aan wanneer hij met me meeging, en een onverzorgd baardje maakte het geheel af. Als ik niet beter zou weten had ik gedacht dat hij onderdeel was van de collectie.

Gedurende mijn vijf jaren in het noorden skipte ik menig college om met de fiets naar het filiaal van Mamamini in het zuiden van de stad te gaan. Ik denk dat ik daar, ongelogen, middagen lang heb rondgelopen, intens genietend van het bruine servies, de langspeelplaten met muziek uit de Fabeltjeskrant en de halfkapotte hometrainers.
Casper deelde mijn fascinatie en had minstens zoveel pret als ik. Samen testten we de banken op zitcomfort. Soms was ik hem even kwijt. “Jo Klaassen, check dit,” schalde het dan vanuit een andere hoek van de loods, om dan tevoorschijn te komen met een schilderij van een huilende zigeunerkoningin of van een schipper die zijn visnet herstelt en tevreden een pijp rookt. “Yés,” riep ik dan, en liet hem trots mijn asbak zien met daarin het wapen van de voormalige gemeente Assendelft.

Mijn grootste passie betrof de stoelen, van die fauteuils op gedrongen houten pootjes en met kwastjes. Door de jaren heen had ik een prachtige verzameling samengesteld, die ik allemaal in mijn zolderkamertje aan het Zuiderdiep had gepropt. Je kon nergens meer lopen, maar als je wilde zitten kon je kiezen uit een zevental bruine stoelen, totaal oncomfortabel maar ontzagwekkend lelijk. Er stond ook een bank: een hoekig ding, paars met mintgroene driehoekjes. Ik heb me sindsdien nergens meer zo thuis gevoeld.

Raar eigenlijk, dat ik mijn lelijke bank nu van de hand wil doen. En ook mijn smaak lijkt te zijn veranderd; vandaar misschien wel dat ik vandaag zonder aankoop de winkel uitliep. Maar kom ik terug? Absoluut. Tussen de kringloop en mij is het liefde, tegen beter weten in.

One thought on “De kringloopwinkel”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *