De jongeman en de berg

Het roer moet om. Over monniken en baarden.

Radicale verandering!, denk ik terwijl ik de trimmer met gevoel voor dramatiek langzaam richting mijn gezicht beweeg. Na drie jaar is het tijd om afscheid te nemen van de baard. En – ik kan het niet laten – sentimenteel denk ik nog een laatste keer aan hoe het ooit begon.

De kennismaking met de baard verliep schuchter. Ik vergat mij te scheren, of maakte dat mijzelf wijs. Mijn beweegredenen waren in nevelen gehuld. Het stond anderen gaaf, maar dat zijn anderen. Wellicht zouden ze mijn poging tot baardgroei met hoongelach ontvangen. Zo van: pretendeer jij gaaf genoeg te zijn voor de baard? Há-hahaha.
Maar na drie dagen: geen reactie van de buitenwereld. Geen afwijzing, klopt, maar ook geen bevestiging en wat zo’n goed idee leek in het begin, begon in de spiegel steeds meer te lijken op rotte sliertjes zuurkool. Afscheren?

Nee. Dit was zo’n zeldzaam moment in het leven van een man waarop hij zich moet bewijzen. Waarop hij het helemaal zelf moest doen. Waarop het aankwam op karakter. Als een boeddhistisch verhaal over een jongen die op weg naar zijn kloosterorde op een tweesprong stuit: links de berg voor eeuwige roem, of rechts het dal in, terug naar moeders. Dit was een proef. Dat wist de jonge monnik.

Maar hij wist ook: de helletocht naar boven is lang en koud. Eenzaam.  Honger, dorst en beproevingen stonden hem te wachten.
Was hij er klaar voor?

Dagen van weifeling gingen voorbij, en even leek de baard iets voor helden, legenden, Griekse goden. En toen, op een dag na het werk achter de bar, terwijl ik mijn werkkleren in het opslaghok in een hoek wierp, klampte collega Ester – blond, borsten – me aan. Haast verontschuldigend verzuchtte ze:  “Michiel, ik vind jou toch zo sexy met dat baardje!”
De monnik, dankbaar voor het eerste zetje, keek vastberaden naar de top en zette de eerste stap op weg naar zelfverzekerdheid. It has been decided.

Jaren later, in een badkamer in Amsterdam. Vertwijfeld kijk ik naar het scheerapparaat. Is dit het einde? Nee, besluit ik: eerder als een nieuwe fase van deze epische bergbeklimming. De boomgrens nadert, de laatste begroeiing moet onherroepelijk wijken voor een grillige muur van steen en rots. Het is tijd.

Luttele minuten later fiets ik met een blozend bloot gezicht door de stad. Benieuwd wat de collega’s zullen zeggen. Vol verwachting zwaai ik de deur open en loop naar binnen, borst vooruit, mijn naakte kin fier omhoog.

Geen aanzwellende muziek à la Oscaruitreikingen, geen ovatie, geen ‘Dames en heren…. Michiel Klaassen’. Erger nog. Astrid van productie ziet me binnenlopen en blijft staan. Ze fronst, kijkt nog eens goed. Dan spert ze haar ogen wagenwijd open, ze deinst even terug en nadat ze van de schrik bekomen is zegt ze: “Michíel! Je… je gezicht! Gaat alles wel goed met je?!”

Ergens in Tibet is een monnik van de berg gelazerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *