De huizenkoopblues

Nooit eerder waren huizenprijzen zo hoog in Nederland. Wat te doen? Meedoen en kopen? Of mijn geld laten verdampen en huren?

“Not bad, eh?” Het is het voorjaar van 2015 en de Amerikaanse Sarah laat me trots haar appartement zien: een licht en modern ingericht expat-stekkie in het hart van Amsterdam. Het kost me moeite mijn jaloezie te verbergen: zeeën van licht en ruimte, een privéterras pal aan de Lijnbaansgracht en uitzicht op Jordanese grachtenpanden. Ik vraag naar haar huur, Sarah noemt een bedrag en ik verschiet van kleur. Het is een paar honderd euro minder dan mijn brutosalaris. Wat een bedrag.

“Really?!” Sarah moet lachen. “Ik vind het echt een schijntje. In New York krijg je voor dit bedrag een bedompt hok aan het einde van de metrolijn.”
Sarah kan het weten. Na haar studies aan topuniversiteiten in Californië en Parijs woonde ze een poos in New York, totdat haar werkgever haar voor een paar jaar naar Amsterdam stuurde. Met een Amerikaans corporate-salaris zit ze op de Nederlandse woningmarkt met gemak op de eerste rij.

Nu heb ik niets tegen expats maar ik krab me toch achter de oren: nog een week geleden kreeg ik bij een hypotheekgesprek bij de bank te horen dat met mijn toch vrij behoorlijke salaris kopen een lastige opgave zou worden. Adviseur Chantal, een dame met een scherp Twents accent, had het over een woningmarkt die verpest werd door rijke buitenlandse investeerders, die ruime appartementen opkochten en in stukken knipten. Verhuren en cashen maar. “Daarom ben ik ook naar Badhoevedorp verhuisd.” Wie de koper was van haar oude appartement in de Baarsjes, wist ze niet.

Drie jaar later, voorjaar 2018. Ik woon in Harlem in New York, waar ik met mijn Amerikaanse salaris een mooi opgeknapte kamer huur in een appartement met airco. Op drie blokken afstand ligt de Frederick Douglas Boulevard, waar nieuwe dure appartementencomplexen in een noodvaart uit de grond worden gestampt. De telefoonwinkels en verlopen supermarktjes worden sinds een aantal jaren verdrongen door kroegen met ingewikkelde biertjes, en er zijn restaurants die hun menu’s aanprijzen als ‘modern American & vegan friendly’ en koffiezaakjes met wifi.

In één van die koffiezaakjes klap ik op zaterdagen mijn macbook open en werk ik door mijn mailtjes heen. Om me heen zitten andere nieuwe Harlemmers op dezelfde laptops te schrijven. De lokale bevolking van weleer waagt zich niet binnen.

’s Avonds liggen de verhoudingen anders. Dan vieren de ‘oude’ wijkbewoners buiten feest, ze hangen op de trapjes en in de plantsoenen en draaien hiphop met zware bassen. Sommigen van de nieuwkomers uit mijn flat klagen, maar ik vertik het. Dan laat ik de airco maar wat harder brommen. Het is hun wijk.

Tuurlijk – een rap krapper wordende huur- of huizenmarkt laat zich niet verklaren door gentrificatie en de komst van expats alleen. Toch merk ik dat het schuurt. Kan ik de leuke buurt niet betalen, voel ik me machteloos ten aanzien van het grote geld. Kan ik de leuke buurt wél betalen, dan help ik de buurt én de markt mee te verpesten. Verzuipen of lachend naast de dijk staan terwijl het water eroverheen gutst.

Of ik word gewoon correspondent. Kom ik wel terug als ik het kan betalen. Doei.

One thought on “De huizenkoopblues”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *