De helse week van de Verenigde Naties

Tijdens de Algemene Vergadering in de VN stroomt de stad vol met wereldleiders en hun gevolg. Leuk als je dat moet verslaan als journalist. Maar de gemiddelde New Yorker heeft een bloedhekel aan die week in september. En laat dat luidkeels horen.

Geen week waarin New York zijn naam als centrum van de wereld zo waar maakt als de week waarin de VN de Algemene Vergadering houdt. Leiders uit alle windstreken strijken neer in New York om daar, in volgorde van belangrijkheid, hun zegje te mogen doen. Traditioneel mag Brazilië eerst, vlak vóór gastheer Amerika – vermoedelijk omdat tijdens de eerste spreker iedereen zijn plekje nog zoekt en Amerikanen liever spreken voor een geconcentreerd publiek.

Rutte sprak op dag twee, geen slechte plek voor een middelmatig machtig land als het onze. Eromheen hadden de perswoordvoerders van de Nederlandse missie een aantal fotomomenten geregeld en een paar interviews. Die variëren van heel tof (premier Rutte interviewen in de zaal van de Veiligheidsraad) tot medium interessant (twee uur wachten op koningin Máxima die de handen schudt van een aantal VN-bobo’s).

Nog kleurrijker dan de wereldleiders zijn de demonstraties. Zoveel volkeren, zoveel problemen: Catalanen, Koerden, Venezolanen en Tibetanen – allemaal zijn ze woedend en allemaal laten ze hun aanwezigheid gelden.

Voor een journalist te gek. Voor een gewone New Yorkse sterveling de hel.

Ten eerste vanwege het verkeer. New York heeft al niet het soepelste wegennet: het asfalt brokkelt onder je wielen af en als het hard regent zie je het halve wegdek door de goot spoelen (aannemende dat de riolering die dag soepel doorloopt). Tijdens de spits – grofweg de periode tussen zes en tien in de ochtend en vier en acht in de avond – kan je nergens heen omdat alles driedubbel vaststaat. En het alternatief, de zwaar overbelaste metro, heeft sinds 1990 het aantal passagiers bijna zien verdubbelen terwijl er nauwelijks treinen of spoor is bijgekomen.
En stel je nu voor de grap eens voor dat een week lang er een gebied van ruwweg 21 blokken is afgezet voor doorgaand verkeer. Midden in Midtown, na het financiële district het belangrijkste zakencentrum van de stad.
Het resultaat is een verkeersinfarct dat zich nog het beste laat vergelijken met Amsterdam op Koningsdag.

Ten tweede is er nog de beveiliging. Als Donald Trump teruggaat naar zijn geboortestad is dat al reden voor de politie om extra mensen in te zetten. Als behalve de president ook nog zo’n tweehonderd van zijn concullega’s in de stad dwarrelen, is dat reden genoeg voor de NYPD om alle verloven in te trekken en zowat op elke straathoek een zwaarbewapende agent neer te zetten. Wie dat betaalt? De New Yorkers, want een deel van de rekening valt op de mat van de gemeente.

En tot slot, een loepzuiver first world problem, zijn er nog de wachttijden bij de restaurants. Een béétje New Yorker gaat minstens vier keer per week uit eten. Maar de entourage van de honderden regeringsleiders, NGO-managers en andere hoogwaardigheidsbekleders willen ook wel eens iets anders lunchen dan een kleffe muffin van de Starbucks om de hoek. En dus stromen alle hippe eetplekjes van New York vol met meegereisde assistenten, stagiaires en perswoordvoerders. Met lange wachtrijen tot gevolg. Het hooggehakte meisje in de rij voor de sushitent in Chelsea kijkt nog eens op haar horloge terwijl ze verzucht: “Volgende keer kook ik gewoon een week vooruit. Dit nooit meer.”

Dat maakt dat mopperen op die ene week in de late zomer, vroege herfst zo’n beetje verplichte kost is bij de New Yorkse inburgeringscursus. Ach ja, het hoort bij de stad, net zo goed als die stinkende metro. En gelukkig geldt voor de Algemene Vergadering hetzelfde als voor Koningsdag: het is godzijdank maar één keer per jaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *