Stress, geduld en Guiness: alles wat vooraf ging

Welkom en de groeten uit… Dublin. Geheel in de stijl van de rommelige voorbereiding die aan de reis vooraf ging, gaat het op mijn eerste dag van de reis al goed mis. Een korte samenvatting van de dag en de afgelopen maanden.

Maart dit jaar. Het besluit om te verhuizen naar Amsterdam is nog geen twee weken oud, als ik een oud plan van me een tweede kans gun. Een jaar daarvoor had ik een brief naar RTL New York gestuurd maar toen werd me vriendelijk doch bondig te verstaan gegeven dat ik met mijn beperkte CV weinig kans maakte om op Manhattan bij Erik Mouthaan aan de slag te gaan. Een jaar later schat ik mijn kansen beter in – mede dankzij mijn baantje bij de Universiteitskrant Groningen en alles wat ik schreef voor VerkiezingenVS.com. Niet geschoten, altijd mis, zwaar cliché en misschien wel héél dom om te denken dat ik nu meer succes zou hebben – maar toch proberen. Twee dagen later gaat de mail de deur uit.

Juni. Het is maanden geleden dat ik iets van RTL heb gehoord en ik begin sterk aan mijn plan te twijfelen. Ik zou eind mei bericht krijgen. En óf ik heb een mail gemist, óf ik draai mezelf een rad voor de ogen, denkende dat een tweede poging meer kans zou maken. Moet ik ze bellen of is dat te opdringerig? Toch maar een mailtje – of ben ik dan te afwachtend? Een paar overbeleefde mailtjes leveren in ieder geval weinig op. Tot ik op een vrijdag wordt gebeld door meneer Smink, chef buitenland voor RTL Nieuws. Of ik over anderhalve week naar Hilversum kan komen voor een gesprek..?

Een vrijdag later die maand. Onderweg naar Hilversum en alles gaat mis. Mijn waterflesje in mijn rugtas blijkt lek, het maatpak dat ik leende van mijn huisgenoot is veel te warm én er zit een gat in, en ik pak een verkeerde trein op station Hilversum die me niet naar Hilversum Noord, maar naar Amsterdam brengt. Meneer Smink, die Eric heet en ook zo genoemd wil worden, doet gelukkig niet flauw als ik hem met bibberende knieën en klotsende oksels opbel om te zeggen dat het ‘ietsje later wordt’, maar als ik ophang bijt ik nog eens op mijn tong. Ik maak samen met nog één ander iemand kans om naar New York te gaan – maar waarschijnlijk heb ik die kans nu zelf getorpedeerd.

Diezelfde vrijdag, twee uur later en ik loop het RTL-gebouw uit. Dat ging lang niet gek, al zeg ik het zelf! Nu begint het wachten op het verlossende telefoontje.

Drie weken later. Ik sta midden in Amsterdam als mijn telefoon gaat. Eric. Hij feliciteert me, geeft een datum op voor een snelcursus monteren en dat is dat. Ik ga naar New York.

24 juli. Het lood zakt me in de schoenen als de consular officer van het Amerikaanse consulaat in Amsterdam mijn spullen teruggeeft. Een paar kleine foutjes in mijn visumaanvraag blijken belangrijk genoeg om weer opnieuw te moeten beginnen. Probleem is alleen dat daarvoor een nieuwe afspraak gemaakt moet worden, en dat duurt nog op zijn minst drie weken. En dat terwijl ik hoopte 28 augustus naar New York te vliegen.

16 augustus. “Het gaat lukken. Het móet lukken. Als ik nu weer opnieuw moet beginnen dan mis ik mijn eerste maand in New York. Het. Moet. Lukken.” Met deze opbeurende gedachte stap ik het consulaat in. Daar wordt ik algauw naar een apart kamertje geroepen. Ze moeten even contact opnemen met de advocaten in Washington DC voor een detail in mijn aanvraag. Tot die tijd krijg ik geen visum, maar ze bellen me nog, zeggen ze. “You’ll hear from us in a week or so.” Hoewel ik eerst blij ben dat ik tenminste niet wéér een formulier hoef in te vullen, besef ik later die dag dat ik nog steeds geen visum heb. En dat de dagen tot de 28ste op drie handen te tellen zijn.

21 augustus. Eerste mailtje naar het consulaat. In foutloos Engels toon ik begrip maar dring toch aan op duidelijkheid. Yours sincerely, Michiel Klaassen.

22 augustus. Tweede mailtje. Ik houd het iets beknopter. Kind Regards, Michiel Klaassen.

23 augustus, een week na mijn afspraak en vijf dagen voor mijn vlucht. Haast. Greetings.

24 augustus. Eindelijk bericht. You’ll hear from us Monday, first thing in the morning.

27 augustus, de betreffende maandag. Zowaar bericht van het consulaat! Please visit the consulate today between 8:30 and 11:30. Ik mail terug dat ik dat niet red – ik verblijf bij mijn ouders in Zutphen – en beloof er om twaalf uur te zijn. Als ik op station Apeldoorn ben mailt de dame me dat dat te laat is. See you tomorrow. Thuis aangekomen boek ik direct mijn vlucht om: 8 september. Ik heb nu nog twaalf dagen om mijn visum te regelen. Laat het alsjeblieft genoeg zijn…

28 augustus, de dag van mijn oorspronkelijke vlucht. Om half 9 sta ik voor het consulaat – en tot mijn stomme verbazing sta ik drie kwartier later weer buiten. Over een paar dagen valt mijn paspoort op de mat. Inclusief visum. Nog natrillend van de zenuwen val ik opgelucht in de armen van Martijn die (voor de derde keer!!) met me meereisde om me bij te staan tijdens mijn consulaire martelgang.

8 september. Na een afscheidsronde door Groningen waar ik nog steeds de naweeën van voel sta ik dan eindelijk op Schiphol. Nog vóór de eerste vlucht vertrekt gaat het mis: het vliegtuig is stuk. Drie uur later vlieg ik alsnog naar Dublin, maar dan is mijn aansluiting naar New York allang weg. Gelukkig blijkt de Ierse opvang uitstekend. We krijgen een chique hotelovernachting, een driegangendiner, ontbijt, lunch en een vervangende vlucht om zondagmiddag 5 uur.

De sfeer aan de dinertafel met andere getroffenen is eerst gelaten, maar dankzij het goede eten is iedereen de domper snel vergeten. Vooral als ik een Guiness bestel en ik bij de eerste slok groen wegtrekt wordt er hartelijk gelachen. Ik drink hem tot de laatste druppel leeg. Als dit het laatste beetje gif in de beker is, vind ik het allang best.

3 thoughts on “Stress, geduld en Guiness: alles wat vooraf ging”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *