De drukte van het daten

Een drukke dag wordt afgesloten met een terrasje. Over de rijke verscheidenheid in extracurriculaire activiteiten.

Gehaast fiets ik naar een kroeg in de buurt, maar dat zegt niets want ik fiets altijd door, of ik nu vroeg, op tijd of casually late ben of me afschuwelijk heb verslapen. Goede vriendin Lotte vroeg of ik een biertje wilde drinken. En dat wil ik wel: ik heb een goede dag gehad op het werk, ik heb me officieel aangesloten bij een tof nieuw journalistiek project en ik ben goed voorbereid voor mijn toelatingsgesprek bij een campagnebureau, morgen. Zeg nou zelf, zo’n dag vraagt om een kroon.

Het gaat wel pittig worden, denk ik als ik een plek zoek op het terras aan het Oosterpark. Ik heb het nu al druk met werk, sporten, schrijven, vrienden… Het zal een vrij dichtgetimmerd rooster worden als dit allemaal doorgaat zoals ik heb gepland. Maar ach, beter rennend snoeihard op je muil dan sloom wegzakken in een drijfzand van doelloosheid.

Lotte ziet er zoals altijd stralend uit. Best knap, ze heeft net een nieuwe baan waar ze flink haar tanden in heeft gezet. Maar het eerste witbiertje is nog niet doodgeslagen of ze vertelt me haar problème du jour: de mannen.

“Echt, Giel, ik weet het effe niet meer.” Ze neemt een trekje van haar sigaret en schudt haar hoofd wanneer ze de rook uitpuft. Ze inhaleert niet. “Echt niet. Ze zijn hartstikke leuk, allemaal, maar het enige wat ik kan denken is: laat me alsjeblieft met rust.” Wat begon als rustig chatten is nu al een paar keer ontaard in een drankje. Wat weer leidde tot een romantische kus ter afsluiting van de date. Niet geheel verwonderlijk zien sommige heren dat als aanmoediging, en dus wordt ze nu bestookt met berichtjes, uitnodigingen en liefdesverklaringen. “Knettergek word ik. Echt.”

Argh, vrouwen. “Maar dit is toch wat je wilde?! Je wílde toch weer daten, op zoek naar een leuke vent? Je zit potdomme op een dating site!”
“Wéét ik echt wel, echt waar. Maar ik ben nu echt effe helemaal klaar met dat gedate.”

Ik kijk haar aan. Ineens ziet ze er moe uit. Zou ik ook zijn als ik vijf mannen moest onderhouden. Zelf ben ik niet zo datelustig: sinds ik in het westen woon was het met welgeteld één jongen gezellig en verder niets. Ik zou niet weten hoe ik een half elftal aan datepartners zou moeten blijven vermaken, laat staan wat ik ze moet appen, facebooken – en dat ook nog allemaal tegelijkertijd. “En nou?”

Met een vinnig gezicht drukt ze haar peuk uit. “Hoe bedoel je,  ‘en nou’?!”
“Wat ga je doen? Ik zou er maar een paar de deur wijzen, als ik jou was.”
“Ja maar Giel,” – weer een vermoeide blik – “ik snap al die gasten toch niet… Hoe pak ik dat aan?”

Tien minuten en wat psychologie van de koude grond van mijn kant later zijn we eruit. Eén van de kandidaten is beduidend leuker dan de rest; jongen nummer twee tot en met vijf moeten vertrekken. Ter plekke schrijven we alvast twee heren via Facebook een thanks-but-no-thanks-bericht. Tevreden laat Lotte nog een biertje aanrukken. “Thanks, Giel, je bent een topper! Waarom begin je niet gewoon wat met mij?”
We lachen om dit ongelooflijk slechte prachtidee, en fantaseren vrij over ons toekomstige kroost, hun krachtige genenstelsel en hoe zij de wereld zullen redden van kanker, de stijgende zeespiegel en pastelkleurig meubilair.

In een rap maar rozig tempo, iets langzamer dan twee uur eerder, fiets ik naar huis. Als het niet wordt met de journalistiek, begin ik een Lieve Liza-rubriek. Ook leuk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *