De doden en hun leven

Waarom grijpt de dood van één man mij meer aan dan de verdrinkingsdood van honderden vluchtelingen? Over selectieve compassie en West-Vlaamse biertjes.

Voor iemand die probeert zoveel mogelijk in het hier en nu te leven, besteed ik tamelijk veel aandacht aan de doden. Mijn favoriete rubriek in mijn krant heet ‘Naschrift’ en beschrijft het leven van bekende en minder bekende mensen die pas zijn overleden. Als ik de rubriek uit heb, scan ik de overlijdensadvertenties een paar pagina’s verder. Klinkt misschien wat morbide, maar ik maak me geen zorgen: ik heb genoeg vrolijke hobby’s (dansen, zingen, verzamelen van slechte slogans van steden en dorpen) om deze ene wat macabere fascinatie te compenseren.

Vorig weekend stierf Thomas Blondeau. Tot een nieuwsbericht mij vertelde dat de 35-jarige schrijver in zijn geboortedorp in Vlaanderen was overleden, had ik nog nooit van hem gehoord, laat staan dat ik wat van hem gelezen had. Ik zoek hem op Facebook op en maak kennis met een op het oog sympathieke vent. Baardje, geinige omslagfoto. Vrienden, kennissen en fans schrijven op zijn wall hun afscheidsbericht. Het ongeloof is echt en mooi:
“dag lieve Thomas X”
“thomas? thomas? thomas?”
“Ik kan het niet geloven en ik zal je missen.”
“nee”

Voor mijn werk zoek ik wat filmpjes op die onze online berichtgeving over zijn sterven kunnen begeleiden en terwijl Thomas mij in een filmpje rondleidt door zijn geboortestreek – melancholieke blik over het West-Vlaamse landschap, pintje in de hand – merk ik dat ik volschiet. Jong, knap, succesvol, heel erg levend – dood.

Nu laat ik mij graag ontroeren, maar dat de dood van Blondeau mij zo raakt, frustreert me. Want ik weet hoe oneerlijk mijn aandacht voor de doden is verdeeld: ik knipper niet met mijn ogen als ik de beelden zie van opgeblazen markten in het Midden-Oosten, en honderden verdronken bootvluchtelingen zijn binnen een minuut vergeten, gedegradeerd tot een hinderlijke onderbreking van mijn gedachtegang, als een wiebelende tegel op het fietspad.

Maar mijn medeleven laat zich niet dwingen, lijkt het. Ik merk het bij het lezen van mijn favoriete rubriek: ik zoek overeenkomsten, gelijkenissen. En worstelingen en vraagstukken die ik herken uit mijn eigen leven. En naar de lessen die ik kan trekken uit het pad van anderen. Hun dood wordt zo mijn moment van reflectie.
En als het verhaal van de overledene mij niet aanstaat?
Next.

De dood discrimineert niet, ik wel.

Nog één keer ga ik terug naar het profiel van Blondeau en kijk naar de omslagfoto: een melodramatisch schouwspel van twee opgezette luipaarden die een hertenbokje verschalken. Kennelijk had Blondeau ook iets met de dood. Of wil ik dat hij dat had.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *