Dappere Russen

Ik was in Rusland, een tijd terug. En ik zou graag nog eens gaan. Over wodka en begeisterung.

Het grappigste Twitter-account van de afgelopen dagen was dat van scenarioschrijver Willem Bosch. Een uur of wat na de mishandeling van Onno Elderenbosch stelde hij botweg voor de oorlog aan Rusland te verklaren. “No joke. Gewoon klap er bovenop.”

Wat volgde was een vermakelijke waterval van berichtjes, waarbij Bosch uitspraken van zeeheld Karel Doorman knap combineerde met semi-SS-achtige taal. “IK VAL AAN. VOLG MIJ. DAPPER TEN STRIJDE TEGEN DE BOLSJEWISTISCHE HOER UIT HET OOSTEN.” Even later wordt Kaiser Wilhelm II aangehaald: “EIN FRISCHER FRÖHLICHER KRIEG. ZORG DAT JE ERBIJ BENT.”

Ik kon wel wat vrolijkheid gebruiken, want alle heibel rond de Russisch-Nederlandse relaties stemmen me diep treurig. Niet per se vanwege de toenemende intolerantie jegens homo’s vanuit het Kremlin – vooropgesteld dat ik dat natuurlijk afgrijselijk vind. En ook niet vanwege de opgesloten Greenpeace-activisten.

’t Is iets anders. Als ik aan Rusland denk, gaan mijn gedachten in de eerste plaats terug naar het bezoek dat ik aan Rusland bracht, twee-en-een-half jaar geleden, in het kader van een studiereis. Nou niet denken dat het liefde op het eerste gezicht was: ik vond ze chagrijnig en onvriendelijk, die Russen. Ze beukten tegen je aan op straat, de automobilisten remden niet voor zebrapaden en het winkelpersoneel vermeed elk oogcontact en was zonder uitzondering bot en kortaf.

Pas nadat ik hun grenzeloze gastvrijheid mocht ervaren ontdooide ik zelf een beetje. En toen ik met ze begon te praten over hun culturele erfgoed was ik om. Zelden hoorde ik mensen van mijn leeftijd zo bevlogen en met begeisterung praten over het literaire en muzikale verleden. Ik herinner me nog hoe ik mij geneerde om mijn beperkte kennis van mijn eigen, Nederlandse klassiekers. Niet dat ik daarop werd veroordeeld: in de ogen van mijn Russische gastheren en –dames was ik juist bijzonder goed gezelschap. Dat lieten ze vooral blijken in kroegen als Mayak (маяк), temeer omdat ik het drinktempo goed bij kon houden.

En ik vond ze dapper. Ze hielden zich staande in een land waar oppositieleiders na schijnprocessen de cel in draaien – oppositieleiders waar zij bovendien de straat voor opgingen. Ze gingen de strijd aan, werkten voor oppositiekranten en –televisiestations. Ze zeiden er moe van te worden, maar gingen door. Tot op de dag van vandaag weet ik niet of ik de ballen ervoor zou hebben om te doen wat zij doen, nog steeds.

Gisteren schreef ik mijn goede vriendin Anna, en vrijwel direct kreeg ik een lange mail terug. Ze is nog steeds strijdbaar, maar moe.

Life here in Russia is tough, you know. I mean all this crazy political stuff. Every day I open news sites and there’s always a portion of surprises: new political convicts, new stupid laws, mass riots, endless trials, persecute of gay-people, feelings of Orthodox and Putin-Putin-Putin. Today Navalny was given 5 year conditionally and all of my friends were happy with this decision. Can you imagine another country where people can feel relief for a such things? And no-one knows how to make life easier and better.

Voor ons zijn de verhalen van de afgelopen maanden maar verhalen. Voor Anna en haar vrienden is het de realiteit. En dát stemt me nog het meest verdrietig.

En toch: ik mis Rusland. En dan vooral de mensen die ik daar ontmoette. Die mensen die wonen in een land waar ze van houden maar wiens leiders ze haten. Hun bevlogenheid. Ik heb gezworen terug te gaan om ze weer te zien en dat wil ik nog steeds. Tot nu toe is het er niet van gekomen.

“IK BEN ER AL!!” tweet Willem Bosch, die de aanval kennelijk al heeft ingezet: “TERINGKOUD HIER!”

Mazzelaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *