Dag Telegraaf (en dag Sjuul)

Op de dag dat ik afscheid nam van mijn collega’s, was er nog een ander afscheid: dat van Sjuul Paradijs.

Willeke Alberti zingt Sjuul toe. (Foto: Kamran Ullah.)
Willeke Alberti zingt Sjuul toe. (Foto: Kamran Ullah.)

Mijn afscheidsborrel nadert, en voor de laatste keer fiets ik, over de Haarlemmerdijk, door het Westerpark, richting Sloterdijk. Het is een avondje zoals ik ze het liefste zie: gratis drank, een venijnig afscheidslied van mijn hand voor mijn oud-collega’s en een paar mooie woorden en een cadeau van de baas. Een prima afsluiter op twee prachtjaren.

Om kwart voor acht wordt ons gemaand door te drinken. Al te lang hebben we niet, want er staat nog een afscheid op de agenda: dat van Sjuul Paradijs.

Het zaaltje in de WesterUnie is afgeladen vol. Het is een avond die druipt van het bier en de weemoed, in de geest van een Nederland dat niet meer bestaat. Of, beter nog: van een Amsterdam dat niet meer bestaat. Onder de tonen van Willy Alberti’s De Buurt (‘De buurt is de buurt niet meer/Die buurt heeft afgedaan/Die buurt waar mijn ouderlijk huis heeft gestaan’) is een compilatie gemonteerd van Sjuuls greatest moments. Dochter Willeke Alberti komt afscheidsliedjes zingen. Ronnie Tober zweept het publiek op. En Peter Beense bezingt de Jordaan. Ik ben in mijn element.

En ik kan het niet helpen, maar de melancholie slaat op mij over. Mijn twee dienstjaren bij De Telegraaf komen niet in de buurt bij de kleine drie decennia die Sjuul Paradijs hier carrière heeft gemaakt. Hell, ik ken die man amper – hij heeft mij hooguit een keer toegeknikt in de wandelgangen van de redactie. Maar toch, zoals hij daar staat, met zijn Telegraaf-das om… De concurrenten van De Volkskrant schreven bij zijn aantreden dat Paradijs ‘every inch De Telegraaf is’. En zo zie ik hem ook. Hij staat voor zijn krant. Hij is integer.

Als ik mijn laatste rondje maak om dag te zeggen tegen de overgebleven dronkenlappen van de videoredactie, klinkt zowaar Alles is Liefde van BLØF door de speakers. Ik houd het wonderwel droog.

Bij het naar buiten gaan krijg ik een afscheidskrant in mijn handen gedrukt. Een typische krantentraditie: bij het afscheid van een collega draaien de collega’s een themakrantje in elkaar. Leuk aandenken voor later.

Mijn blik kruist die van Sjuul, die enkele vrienden vermaakt met anekdotes. Breed grijnzend houd ik zijn krant omhoog. Hij grijnst terug, wenkt me en steekt een hand uit, die ik schud.
“Dat vind ik toch leuk, om op mijn laatste dag u nog een keer te spreken,” zeg ik verrast.
“Zeg maar jij hoor, ik weet wie je bent.”
“Oh?”
“Ja, jij bent Michiel. Je vond het leuk om ook voor het Amsterdam-katern te schrijven. Je gaat naar RTL toch? Mooi man.”
“Dat wordt geweldig inderdaad, ontzettend veel zin in.”
“Snap ik.”
“En u? Eh, jij..?”
Hij haalt zijn schouders op. “We zien wel. Komt vast goed.”
We schudden elkaar nog eens de hand.
“Michiel, bedankt voor je inzet, het ga je goed!”
“Joe!”

En dan is het echt voorbij. Ook voor mij.
Dag videoteam, dag rare redactie met plezierige gekken. Dag Telegraaf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *