Daar kom ik vandaan

Amerikanen dwepen met hun geboortestreek. Of ze nu uitgevlogen zijn voor college of voor werk, thuis blijft toch trekken.

Het is maar oneerlijk verdeeld in Amerika. Hele staten in het midden van het land bestaan uit weinig meer dan maïsvelden en saaie rastersteden, maar de staten aan de westkust hebben bergen, stranden, wouden en swingende steden en metropolen als Seattle, Los Angeles en San Francisco. Die laatste ken ik goed omdat ik er als uitwisselingsstudent een jaar lang in de buurt woonde. Met vrienden van toen ben ik een lang weekend terug en de dag na een grandioos avondje doorzakken bij een countryconcert wandelen we aan de kust ten noorden van de stad.

Het is niet moeilijk verliefd te worden op de Californische kust. Gouden heuvels lopen dramatisch over in klippen, die grof en rotsig uit de zee steken; vrijstaande huizen (die nu eens niet uitblinken in Amerikaanse wansmaak) kijken uit op een beschut zwart strandje; een oceaan slaat in metershoge golven stuk op de rotsen. De nazomerbries uit zee verzacht de kater en met mijn vrienden praat ik over liefde, leven en vroeger. Het is een mooie dag.

Net als ik zijn Riley en Tyler nu een jaar of vijf klaar met studeren, en veel van onze oude vrienden keren allemaal terug naar Californië. Tyler vermaakt zich nog even in New York, maar Riley heeft sinds een jaar met haar vriend, een man uit Kansas, een appartement in het nabijgelegen Oakland.
“Ik wil hier niet meer weg, nee,” zegt ze en ze kijkt met een grijns uit over zee. Dat is niet alleen een kwestie van de nabijheid van familie. “De kwaliteit van leven is hier gewoon beter. Lekker weer, veel te doen. Daar kon St. Louis” – de stad waar zij en had vriend tot voor kort woonde – “echt niet aan tippen.”
Tyler knikt begrijpend. “Geldt eigenlijk voor de meesten van ons. New York is heerlijk maar ik sluit niet uit over een paar jaar weer terug te komen. Ik denk dat van onze groep van high school driekwart weer in deze omgeving woont.”

Het valt me op in mijn gesprekken met Amerikanen hoe trots ze zijn op hun geboortegrond. Over de staat van het land hebben ze vaak van alles aan te merken, maar de streek waar ze vandaan komen is heilig. Of het nu het westen van Michigan is, de vlaktes van Nebraska of noord-Florida. In Nederland ken ik dat soort terug-naar-thuis-chauvinisme eigenlijk alleen maar bij de Brabanders die ik in Groningen ontmoette, die na vijf jaar studeren met gierende bandjes teruggingen naar Hilvarenbeek of Oisterwijk. Al ben ik in dezen vast ook gehandicapt door mijn eigen achtergrond. Ik ben een import-Zutphenaar. Prachtige stad maar net geen Achterhoek, net geen Veluwe – eigenlijk net niks.

Ik adem nog eens de zeelucht in en staar naar het onbewoonde eiland aan de horizon. Noord-Californië heeft iets magisch – de geur van eucalyptus in de straten, de vrolijke victoriaanse wijken van San Francisco, mooie natuur altijd in de buurt – maar thuis zou het voor mij nooit worden, denk ik.

Het strand bij Muir Beach.

En even denk ik terug aan het concert van gisterenavond, waar Jimmy Buffett de klassieker Back Where I Come From liet horen:

In the town where I was raised
The clock ticks and the cattle graze
Time passed with Amazing Grace
That’s where I come from

Met de armen over elkaars schouder geslagen zongen we mee. En ook al gaat het lied over het diepe zuiden, Buffett was slim genoeg om op grote beeldschermen plaatjes te laten zien de skyline van San Francisco, van lokale honkbalhelden en de Golden Gate Bridge. Een trots gebrul steeg op uit duizend kelen – dát is thuis, dáár komen wij vandaan!

En ik was geraakt. Terwijl ik wist: in New York laten de schermen waarschijnlijk het Vrijheidsbeeld zien, in Orlando de achtbanen van de pretparken en in Arizona de Grand Canyon. Thuis als vals, melancholiek verkoopproduct – maar wel één die er bij miljoenen Amerikanen, van kust tot kust, ingaat als zoete koek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *