Bodem in zicht

Het geld raakt op, de onrust neemt toe. Er moet iets gebeuren.

Dag 6 in mijn ouderlijk huis en het gebrek aan geld begint steeds alarmerender te worden. Ondanks het feit dat ik mijn ouders niet hoef te betalen voor een slaapplaats en drie maaltijden per dag – en evenmin voor de schier eindeloze hoeveelheden espresso, versgeperst sinaasappelsap en wijn – gaat het hard. Uitzendbureau drie heeft nog niets van zich laten horen en dus heb ik nog altijd geen baan. Bureau één belde nog, maar dat was geen succes.
(“Heeey, met het uitzendbureau, wil je misschien wasophanger worden in Klarenbeek?”
“Nee, jij?”)

Mijn ouders beginnen nu ook aan te dringen. Toen ik vandaag na het ontbijt de afwasmachine inruimde – echt een super altruïstisch gebaar van me – begon mijn moeder heel vilein aan een Gestapo-verhoor. “Wat ga je vandaag eigenlijk precies doen, lief kind?” Haar stem had die angstaanjagende mengeling van bezorgdheid en wantrouwen. Ik zwoer nog een rondje te maken langs de uitzendbureaus. “Beloofd?”
Beloofd.

Een kwartier na vertrek rijd ik alweer het tuinpad op. Het was een zinloos tochtje. Bureau één en drie hadden weinig nieuws in de aanbieding en het pand van bureau twee is, getuige het bord in de etalage met daarop in grote letters ‘IK WIL UW GOUD’, sinds mijn laatste bezoek van uitbater gewisseld.

Peinzend zet ik het espressoapparaat aan en begin aan de voorbereidende handelingen van een mooie cafeïnecreatie. Wat te doen, wat te doen? Dit weekend staan een paar bezoekjes gepland naar familie en vrienden die ik sinds mijn terugkomst nog niet heb gezien, en het openbaar vervoer is – zoals al eerder beschreven – niet gratis.

Of ben ik gewoon te kieskeurig in het zoeken van een bijbaan? In mijn hoofd loop ik de lijst met kortetermijnbaantjes nog eens af. Een krantenwijk? Te vroeg. Afwasser in een restaurant? Te laat. De kassen in? Pffft. Sekswerker? Te cliché.

Ten einde raad mail ik een oud-docent. En hij weet raad. Hij geeft me drie e-mails van kennissen bij gezaghebbende opiniebladen. Dat ik ze maar moet mailen met wat goede ideeën.

Mijn aanvankelijke euforie sijpelt direct weer weg. Goede ideeën… Onderwerpen en meningen genoeg, maar sterke invalshoeken komen niet zomaar aanwaaien.

Nippend aan mijn latte macchiato kijk ik besluiteloos naar het knapperend haardvuur dat ik even daarvoor puur uit verveling heb aangelegd. Terwijl de vlammen hoger en hoger oplaaien, merk ik hoe de onrust me in zijn bezit neemt. Doe iets!, schreeuw ik in stilte tegen mezelf. Maakt niet uit wat, maar doe! iets!

Het tempo waarmee ik ineens overeind schiet verrast ook mezelf. Ik stap in mijn schoenen en zonder ze te strikken loop ik naar buiten. Onwillekeurig loop ik harder, steeds harder totdat ik bijna sprintend door de verlaten straten ren van het Hanzestadje.

Als het ineens zachtjes begint te miezeren houd ik mijn pas in. Rennen in de regen, dat klinkt me te veel als een dramatische clip van een veel te kleffe boy band. Klaassen, aansteller, denk ik bij mezelf, en direct heb ik spijt van mijn sprintje door de winkelstraat. Zonder jas naar buiten in januari, ik lijk wel gek. En met de armen over mijn hoofd vlucht ik een boekwinkel in.

Voor ik het goed en wel doorheb, loop ik met de drie tijdschriften die mijn docent me tipte naar de toonbank. Tsja, als je voor ze wilt schrijven, kan je maar ook beter weten wát ze eigenlijk schrijven. “Da’s dan zeventien euro dertig alsjeblieft.” Shit, er zaten nog twee van die dure kerstnummers bij. Met tegenzin vis ik een briefje van twintig uit mijn broekzak. “Hou maar,” grom ik en ik loop snel de winkel uit. Bah, weg met alles en iedereen.

Buiten is het gelukkig droog. Ik strik mijn veters en loop rustig naar huis. Nou ja, het is tenminste een begin, denk ik. En misschien overdrijf ik ook wel – als ik nou een paar doelen stel en iets meer focus dan komt het vanzelf wel. Niet aanstellen, blijven ademen. Met elke stap die ik neem schiet er weer een nieuwe geruststellende gedachte door mijn hoofd, en hoe truttig ook, het werkt. Tegen de tijd dat ik het tuinhek achter me dicht gooi ben ik een stuk vrolijker.

Ik groet mijn ouders die aan de keukentafel hun dag doornemen, schop mijn schoenen uit en land na een alleraardigste snoekduik languit op de bank. Ik pak een rechts tijdschrift, de fronsende blik van mijn vader negerend. Kan je wel zo afkeurend kijken, snor, maar ik ben toevallig kei-hard aan mijn toekomst aan het werken!! Moeders begrijpt het wél en brengt me een kopje thee. “Zo. Voor de inspiratie.”

Thee, een vuurtje in de haard en genoeg lectuur voor de komende paar uur. Soit, het kost een paar centen, maar je moet je niet door een crisis laten weerhouden om te investeren in jezelf, zeg ik altijd maar. (Altijd? Al-tijd.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *