Berichten en gedichten uit Peking

In gesprek met een familielid dat in China het nieuws verslaat. Over macht en machtsverschuivingen, keurig op rijm verteld.

Een neef van me werkt ook in het nieuws, en regelmatig appen we over ons werk. Over de overeenkomsten (we werken allebei voor een buitenlandcorrespondent) maar vooral over de verschillen: ik ben producer en hij is cameraman, ik werk voor RTL en hij voor de NOS, en ik zit in Amerika en hij in China.

Waarom en wanneer het precies is begonnen, weet ik niet, maar ergens is besloten alleen nog maar te communiceren in ollekebollekes. En onze regels zijn orthodox: de eerste regel moet een uitroep zijn en de zesde een zeslettergrepenwoord. Een voorbeeld:

Chinaneef! Chinaneef!
Gaat het nog goed daar in
Peking of Beijing of
Hoe het ook heet

Ben zeer benieuwd naar de
Oriëntalische
Prachtavonturen die
Jij daar beleeft!

Omdat de hoeveelheid woorden met zes lettergrepen niet onuitputtelijk is, besluiten we een gesprek in te plannen. Niet via Skype of WhatsApp, maar WeChat.  Roel legde me (vanzelfsprekend in ollekebolleke-vorm) uit dat deze app veruit het beste werkt vanuit Peking, al kleeft er wel een nadeel aan WeChat: het is ontwikkeld met goedkeuring van de Chinese overheid. En dat betekent dat vrijwel alles wat je zegt in de gaten kan worden gehouden.

Het westerse brein kan het gewoonweg niet voorstellen, maar Roel neemt het bloedserieus. Als ik naar Xi Jingping vraag, de leider van China die in rap tempo ongekend veel macht naar zich toe heeft getrokken, kapt hij mijn vraag halverwege af. “Dat vertel ik je wel via WhatsApp.”

De meeste zaken behoeven echter geen zelfcensuur. Naast politiek behandelen we familie- en mediaroddels, culturele strubbelingen en huisvesting. Dat heeft Roel bijzonder goed geregeld, vertelt hij. Samen met zijn vrouw Eva woont hij hartje centrum, op een steenworp van de Verboden Stad. “Bizar, dertig jaar terug keek je vanaf ons appartement gewoon over de weilanden en boerderijen uit,” vertelt Eva. Maar nu is Peking een miljoenenstad – twee-en-een-half keer zo groot als New York – en het zelfverzekerde uithangbord van een steeds assertiever wordende grootmacht.

Die groei heeft ook een keerzijde. “Ik ken verhalen van mensen die niet konden slapen van de bouwherrie – het gaat gewoon dag en nacht door,” zegt Roel. En dan al het volk en verkeer dat zo’n grote stad aantrekt: een blauwe lucht is door de hardnekkige smog een uitzondering.

Amerika kan juist wel wat bouwwoede gebruiken, vertel ik. Vooral de infrastructuur is in beroerde staat. De vliegvelden zijn verouderd, het wegennet aangetast door weer en wind, het openbaar vervoer praktisch non-existent. “Dat laatste is goed te merken in New York,” en ik vertel over de metrowagens die rammelen en de ratten die over het spoor lopen.

Maar waar China als een malle heeft geïnvesteerd in hun infrastructuur, hebben de Amerikanen dat de laatste decennia nagelaten. President Trump heeft dan wel beloofd te investeren in infrastructuur, een concreet plan heeft hij nog niet gepresenteerd. En één van de meest urgente plannen, de nieuwe treintunnel die New York met New Jersey verbindt, zou van de president geen cent van federale overheid mogen krijgen. Kwade tongen beweren dat het een pesterijtje is: de twee staten kozen voor Clinton in 2016 en moeten het maar met hun eigen budget oplossen.

Ik moet weg. We nemen afscheid, en snel begin ik naar mijn wandeling van drie minuten naar de metro. Onderweg passeer ik drie daklozen, een rammelende stadsbus en eindeloos veel eettentjes die treurige vettigheid verkopen. De metro is te laat en rijdt, om redenen die niet worden toegelicht, de eerste vijf minuten stapvoets. Onderweg lees ik over de drugsepidemie in de oude industriestaten en word ik twee keer onderbroken door tandeloze zwervers die om geld vragen.

Ik denk aan Roel, aan het werk in een moderniserende dictatuur die in sneltreinvaart zijn plek op het wereldtoneel opeist. Waar megasteden uit de grond worden gestampt, en vliegvelden en spoorpaleizen om die met elkaar te verbinden.

En ik denk aan Amerika, verdeeld Amerika, dat in een culturele burgeroorlog is verwikkeld met als inzet de ziel van de natie. Waar verkeersinfarcten eerder regel dan uitzondering zijn. En waar de levensverwachting voor het tweede jaar op rij is gedaald.

Er schuift iets, ja. Is dat erg? Het is vooral wennen, denk ik. Vooral voor Amerika, dat voor het eerst sinds het einde van de Koude Oorlog weer andere grootmachten naast zich moet dulden. Hoe China dat ervaart? Ik zal Roel eens een berichtje appen. Keurig op rijm, uiteraard.

One thought on “Berichten en gedichten uit Peking”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *