Afzien

Tentamenstress? Stel je niet aan.

Niets hoeven – in potentie klinkt het zo goed. Je zal maar niets hoeven! Beetje zappen tot het vijf uur is en dan een drankje doen in de stad totdat het veel te laat is en de volgende dag het recept herhalen.

Vrienden kijken me dan ook niet-begrijpend aan als ik mijn beklag doe over mijn doelloze weken. ‘Lekker toch?’ zeggen ze dan. Want dan schijn je lekker te kunnen ‘relaxen’. Wat dat ook moge zijn. Of ‘chillen’. Ook gehoord: ‘hangen’, ‘rustig aan doen’, en (onbetwist de allervreselijkste) ‘chillaxen’.

Toegegeven: ik snap wel waar hun jaloezie vandaan komt. De meesten in mijn kenniskring zitten nu met tentamens. En ik ben bekend met die periodes: dan snak je naar een facultatief college waar je dan vervolgens heel nadrukkelijk niet heen gaat. Om dan op een terrasje aan de gracht bier of rosé te gaan drinken totdat je fijn rozig bent.

En ik ga heus niet pretentieus lopen doen, en zeggen dat ik ‘gewoon niet zo goed ben in niks doen’. Ik heb afschuwelijk genoten van de dagen dat ik om half twee opstond, me op mijn gemak naar het dakterras sleepte, in de zon luisterde naar de hitjes van David August en pas om half vijf eens na ging denken over een ontbijt.

Maar vaak komen die dagen na weken van studeren, essays tikken, de stakkers uit je projectgroep aan het werk schoppen, slijmen bij docenten, enzovoorts. Als je niet eerst snoeihard hebt hoeven werken, hoef je ook niet echt bij te komen. Daarom bevallen deze doelloze dagen me eigenlijk niet zo goed. Heen en weer zappen tussen Comedy Central en MTV, daar wordt echt niemand beter van. (Daarnaast: heb jij wel eens op het dakterras gelegen in januari? Niks aan, al is het nog zo zonnig.)

Puur om iets te doen te hebben besluit ik me alvast in te schrijven voor mijn vakken van het nieuwe semester. Misschien kan ik alvast de boeken aanschaffen en doorbladeren, weet ik het. Voor hetzelfde geld maak ik zo een mooie slag voor een tentamen dat nu nog ver weg lijkt. Of alvast een goede hoofdvraag bedenken voor mijn afstudeeronderzoek. Ik word onbedoeld direct gemotiveerd van dergelijke gedachtes en spoed me naar mijn laptop om aan de slag te gaan.

Vijf minuten later en ik ben een desillusie rijker. Dit vanwege de hel die Blackboard heet. Blackboard is namelijk een creatie van de duivel. Ik overdrijf niet. (Ik overdrijf nooit.)

Dus rest me nog maar één optie: mailen met docenten. Aldus schakel ik mijn cynisme uit en schrijf een keurige mail. Dat doe ik altijd volgens een beproefde methode: netjes blijven, ook al vind je het vak en de docent net zo oninteressant of onbenullig. Hieronder een voorbeeld van zo’n mail, al heb ik hier en daar wat geanonimiseerd. Zo eentje in de trant van:

“Geachte meneer Hutselfluf,

Tot mijn niet geringe verbazing had ik enige moeilijkheden met het inschrijven voor het vak Theorie van het Dwergwerpen 2, het door u gegeven hoofdvak van mijn afstudeerrichting Maispletten [blablabla, afsluiten met een formeel verzoek].
Bij voorbaat dank!

Met vriendelijke groet,

Michiel Klaassen.”

(Enfin, de essentie is helder.)

En dat is nu twee dagen geleden. Nog niets gehoord. Mijn houding als proactieve student heeft me dus ook al weinig opgeleverd. Doodmoe word ik ervan.

Dus: mocht je nu boven de collegeboeken hangen en in de stress zitten voor je tentamen van morgen, bedenk dat er mensen zijn die het nog veel, veel moeilijker hebben dan jij. Bedankt, ik waardeer het.

One thought on “Afzien”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *